Part of Svalner Atlas Group

Weteringschans 24, 1017 SG Amsterdam
T +31 20 535 4567

info@atlas.tax

Wetsvoorstel tegenbewijsregeling box 3 naar Tweede Kamer

Op 14 maart jl. heeft het kabinet het wetsvoorstel tegenbewijsregeling box 3 aangeboden aan de Tweede Kamer. Met deze regeling wordt aan belastingplichtigen de mogelijkheid geboden om het werkelijk behaalde rendement in box 3 aan te tonen. Als blijkt dat het werkelijke rendement lager is, kunnen belastingplichtigen de teveel betaalde belasting terugkrijgen. Hiervoor zal vanaf deze zomer een formulier Opgaaf werkelijk rendement beschikbaar komen.

Wetsvoorstel tegenbewijsregeling box 3

De Wet tegenbewijsregeling box 3 is bedoeld als tijdelijke oplossing totdat in 2028 de Wet werkelijk rendement box 3 van kracht wordt. De tegenbewijsregeling komt voort uit het zogenaamde Kerstarrest van de Hoge Raad in 2021, waarin werd geoordeeld dat de belastingheffing in box 3, vanaf het jaar 2017, in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens als gevolg waarvan rechtsherstel is geboden. Zie hiervoor onze nieuwsbrief.

Daaropvolgend heeft de Hoge Raad in juni 2024 geoordeeld dat het geboden rechtsherstel niet in alle gevallen voldoende is gebleken. Met dit wetsvoorstel worden de uitgangspunten, die de Hoge Raad heeft gehanteerd voor het bepalen van het werkelijke rendement, omgezet in wetgeving zodat bij het lagere werkelijke rendement kan worden aangesloten. Wat deze uitgangspunten inhouden, lees je hierna.

Wellicht ten overvloede, blijft de hoofdregel voor de berekening van het belastbaar inkomen in box 3, op basis van het forfaitaire rendement, tot 2028 van toepassing. Als belastingplichtigen menen dat het werkelijk behaalde rendement lager is dan het forfaitaire rendement dat aan hen wordt toegerekend, kan de nu in te voeren tegenbewijsregeling mogelijk soelaas bieden.

Uitgangspunten bepalen werkelijk rendement

De Hoge Raad heeft in haar arresten duidelijke regels vastgesteld voor het bepalen van het werkelijk rendement. Dit omvat niet alleen ontvangen rente en dividend, maar ook huurinkomsten en de ongerealiseerde waardestijging of -daling van het vermogen. Het is niet mogelijk om verliezen te verrekenen met andere jaren en advies- of onderhoudskosten in aftrek te brengen. Daarentegen zijn rentekosten over box 3-schulden wel aftrekbaar.

Met betrekking tot onroerende zaken wordt het iets complexer. In principe worden ook ongerealiseerde waardestijgingen tot het werkelijk rendement gerekend, tenzij sprake is van een waardestijging als gevolg van een investering, zoals verbetering of uitbreiding van de woning. In dat laatste geval zal de waardestijging geen onderdeel uitmaken van het werkelijke rendement.

Ten slotte heeft de Hoge Raad bepaald dat het eigen gebruik van onroerende zaken, zoals een vakantiehuis, in principe moet worden meegenomen als rendement in box 3. Echter, heeft de Hoge Raad daarbij opgemerkt dat het eigen gebruik zich lastig laat kwantificeren, dat is aan de wetgever gelaten. Omdat terugwerkende kracht in beginsel niet mogelijk is heeft het kabinet besloten dat het eigen gebruik voor de jaren 2017 tot en met 2025 niet meetelt indien een beroep wordt gedaan op de tegenbewijsregeling. Voor de jaren 2026 en 2027 zal dit wel het geval zijn en dient het rendement bij het leveren van tegenbewijs te worden aangegeven.

Tijd voor actie, maar voor wie?

Het wetsvoorstel zal uiterlijk vóór 1 april a.s. moeten worden aangenomen door de Tweede Kamer zodat de wet per 1 juni 2025 in werking kan treden. Wij raden u aan om op de hoogte te blijven van deze ontwikkelingen en in de zomer gebruik te maken van het formulier Opgaaf werkelijk rendement om ervoor te zorgen dat uw belastingaanslag juist wordt berekend. In principe geldt dit voor de belastingplichtigen waarvoor de aanslag op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond of tijdig bezwaar of een verzoek om ambtshalve vermindering is gedaan. Voor de niet-bezwaarmakers zal de Hoge Raad nog moeten beslissen of zij eveneens recht hebben op herstel.

Vanaf het belastingjaar 2025 wordt de mogelijkheid tot het leveren van tegenbewijs opgenomen in het aangifteformulier.

Commentaar Atlas

Het zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld of een beroep op de tegenbewijsregeling voordeel oplevert. De algemene verwachting is dat vooral voor belastingplichtigen waarbij box 3 voor een belangrijk deel uit vastgoed bestaat, de tegenbewijsregeling niet snel tot een beter (lees: lager) resultaat zal leiden dan de berekening op basis van het forfaitaire rendement. De oorzaak daarvan is zoals reeds genoemd dat ongerealiseerde waardestijgingen voor de tegenbewijsregeling ook als inkomen wordt gezien.

Vragen?

Heeft u vragen over bovenstaande of hulp nodig bij het bepalen van uw werkelijke rendement? Neemt u dan gerust contact op met onze collega’s van het Private Clients team.

Sebastiaan Janssen

Director

Laura Ligthart

Senior Manager

Mara Stevens

Manager
Share this publication